De prachtige pestvogel is soms in de winter in Nederland te zien. In België is de vogel veel zeldzamer. Een bijzondere vogel die bijvoorbeeld in een paar uur tijd zijn eigen gewicht aan bessen kan opeten!

Meer feitjes over de pestvogel:

18 centimeter groot is een pestvogel (Bombycilla garrulus), zijn vleugelspanwijdte bedraagt 35 centimeter. Wie hem ziet, denkt met een tropische vogel te maken te hebben: hij heeft een opvallende kuif, zwarte vleugel- en staartpennen en keel, gele uiteinden aan de staartveren en een gele en witte vleugeltekening. De handpennen zijn verlengd met rode, druppelvormige punten, die eruitzien als zegelwas.

10.000 exemplaren van de pestvogel zijn soms in de winter in Nederland te zien, in andere winters wordt de vogel nauwelijks gezien. De pestvogel is een half-trekvogel uit het Hoge Noorden die meestal ten zuiden van zijn broedgebied overwintert. Wordt het opeens echt koud en dreigt er voedselgebrek trekt de pestvogel verder naar het zuiden dan normaal en dat gebeurt dan in grote groepen.

Ongeveer 390 bessen (ongeveer het eigen gewicht) kan een pestvogel in tweeëneenhalf uur opeten. Ze trekken in de regel in groepjes van de ene besdragende struik naar de andere en hebben een voorkeur voor de bessen van de Gelderse roos (Viburnum opulus).

1 tot 6 meter hoog bouwen pestvogels hun komvormige nesten in bomen. Maar dat maken wij in onze contreien niet mee, want in maart al trekt de pestvogel terug naar de naaldbossen van Noord-Europa, waar hij begint met broeden als nog niet alle sneeuw verdwenen is.

12 jaar kan een pestvogel in het wild worden. De meeste dieren halen die leeftijd echter niet door predatie, concurrentie van vergelijkbare vogelsoorten en het feit dat ze niet in staat zijn de ethanol die ze produceren door het eten van fruit voldoende af te breken.