Als de fruitbomen in bloei staan, is de lente losgebarsten! Boomgaarden hullen zich in zoetgeurende wolken van witte, zachtroze of rozerode bloemblaadjes. Wie zelf fruitbomen plant, kan na de lentebloesem ook een heerlijke oogst tegemoet zien. Kies bijvoorbeeld voor de smakelijke oude fruitrassen, die boomkweker Gert Snel ons aanbeveelt.

Het opengaan van de bloesem gebeurt snel, soms zelfs van de een op de andere dag! De bloei verspreidt zich als een vloedgolf over het land. In gebieden met een mild klimaat, zoals op de Zeeuwse eilanden en in het Zuid-Limburgse heuvelland, bloeit het fruit het vroegst. Enkele dagen later tooit de Betuwe zich op zijn mooist, waarna het lentefeest zijn vervolg krijgt in de Flevopolders en de fruitregio’s in het noorden en oosten van het land. Abrikoos en perzik kunnen tegen een zeer beschutte zuidmuur de rondedans in dit fleurige openluchttheater openen. Daarna volgt de overvloedige bloesem van kersen, pruimen en peren, waarna de lente zich opmaakt voor de grande finale met de bloei van appel, kweepeer en lijsterbes.

Historische fruitbomen
Jammer genoeg zijn in de fruitteeltregio’s veel karakteristieke hoogstambomen vervangen door uniforme laagstamboompjes. Maar als je zelf fruit in eigen tuin wilt kweken, staan smaak en plezier voorop! Met een eigen boomgaardje of een hoogstam kersenboom breng je niet alleen de oude glorie in het landschap terug, maar kun je ook genieten van een heerlijke oogst. Van alle fruitsoorten bloeit de kers het meest uitbundig. Als je er ruimte voor hebt, is het mooi om te kiezen voor zoveel mogelijk verschillende rassen, die samen het hele oogstseizoen bestrijken. Gert Snel: ,,Bijvoorbeeld een Transparente Jaune of Yellow Transparent, hiervan kun je al vanaf half juli de eerste appels plukken. En sluit het seizoen af met de ‘Melrose’, deze rijpt pas af tegen de winter (oktober). Naast dat je er het hele seizoen plezier van hebt, is een goede bestuiving verzekerd.”

Aanplant en onderhoud
,,Het plantseizoen loopt van november tot het moment dat het blad uitloopt, ongeveer eind april. Als iemand fruitbomen wil aanschaffen, is mijn eerste vraag altijd of er één boom moet komen, of meerdere. Dat is namelijk belangrijk voor de bestuiving. Als er ruimte is voor één boom, is een ras nodig dat zelfbestuivend is. Bij plek voor meer bomen wordt de keuze groter, maar plant dan wel twee (of meer) verschillende fruitbomen aan, die elkaar kunnen bestuiven. Vraag gerust advies, een goede kweker geeft dat graag! In de meeste woonwijken is de bestuiving van een enkele appelboom overigens vaak geen probleem, omdat ook sierappeltjes als bestuiver dienst doen. Het aantrekkelijke rode sierappeltje Malus ’Red Sentinel’ is bijvoorbeeld een uitstekende bestuiver!

Tijdens de bloei is het van belang dat geen enkele behandeling tegen schimmels of insecten uitvoert. Veel middelen zijn namelijk schadelijk voor bijen, die juist dan af en aan vliegen op de bloesem.

Snoeien van fruitbomen
Veel mensen vinden het snoeien van fruitbomen ingewikkeld. Maar snoeien moet niet, snoeien mag! Wie niet weet hoe hij moet snoeien, laat het liever. Ondeskundig snoeien leidt namelijk vaak tot de vorming van waterlot – takken die steil omhoog gaan en hard groeien, maar nauwelijks vrucht dragen. Niet snoeien is dan eigenlijk nog beter. Of volg een snoeicursus, veel fruitkwekers geven die ’s winters”, vertelt Gert Snel.

Fruit met de smaak van vroeger en prachtige lentebloesem
Aanbevolen rassen door Gert Snel: Veel historische fruitrassen zijn niet moeilijk te kweken, maar smaken overheerlijk!

 Appel
1 De ’Notarisappel’ werd in 1890 voor het eerst in de handel gebracht. Het is een hand- en moesappel met een heerlijke frisse smaak. Zelfbestuivend.
2 ’Groninger Kroon’ (1870), een goede handappel met frisse smaak. Zelfbestuivend.
3 ’Laxton’s Superb’ (1918) smaakt als een ouderwets Cox-appeltje, maar is veel minder gevoelig voor ziekten.
4 Goudreinette (1856), ook bekend als ’Schone van Boskoop’, is een heerlijk fris smakende keukenappel (voor moes, appeltaart en appelflappen), maar geschild ook lekker om zo te eten.

Peer
1 ’Clapp’s Favourite’ (1860), een zoete, vroege handpeer. Zelfbestuivend.
2 ’Emile d’Heyst’ (1830), zoete handpeer voor late oogst.
3 ’Seigneur d’Esperen’, ook ’Belle Lucrative’ genoemd, is een oud ras uit 1827 met bijzondere muskaatsmaak.
4 ’Légipont’ oftewel ’Charneux’ (± 1800), fris zoet van smaak.
5 ’Noordhollandsche Suikerpeer’ (± 1800), bijzonder zoet en heel vroeg rijp; wordt snel overrijp dus direct eten.
6 ’Gieser Wildeman’ (1840), een van de lekkerste stoofpeertjes die nog steeds geteeld wordt. Omdat stoofpeertjes hard blijven, zijn ze minder in trek bij vogels en wespen.

Pruim
Voor eigen tuin zijn pruimen zeker de moeite waard. Wel moeten de vruchten gedund worden, anders blijven ze te klein.
1 ’The Czar’ (1870), vroege blauwe pruim. Zelfbestuivend.
2 ’Dubbele Boerenwitte’ (± 1700), een bijzonder zoete, witte pruim.
3 ’Victoria’ (uit 1815 en nog steeds gekweekt) is een uitstekend ras met sappige rode vruchten. Zelfbestuivend.
4 ’Mirabelle de Nancy’ (1490), een heel kleine, gele pruim die opnieuw in de belangstelling komt. Gemakkelijk te kweken, heel zoet en lekker en kan ook op alcohol worden ingemaakt.

Kers
Bij kersen heb je keuze uit twee boomtypen:
1 Hoog- of halfstambomen met oude rassen als ’Hedelfinger Riesenkirsche’ en ’Bigarreau Napoléon’, met heerlijke vruchten, die wel wat kleiner zijn. Omdat dit grote bomen worden, zijn ze lastig af te dekken tegen de vogels; dek anders een of twee takken met netten af en gun de vogels de rest. Snoeien is bij deze hoogstambomen niet echt nodig.
2 Laagstamboompjes van moderne kersenrassen met grote vruchten, zoals ’Kordia’, ’Regina’, ’Lapins’ en Burlat. Ze zijn geënt op de zwak groeiende onderstam Gisela-5 en worden slechts 2,50 m hoog, zodat je er gemakkelijk een net over kunt spannen. Wel vragen deze kleine kersenbomen om een afwijkende snoeitechniek, de Zahnmethode. Hierbij worden takken uit de boom verwijderd als ze zo dik zijn als twee derde van de hoofdstam, waarbij je een stomp van 20 cm laat staan; die vormt dan nieuwe takken, die in de jaren erna weer vruchten zullen geven. Als je de zijtakken beurtelings snoeit, dus in verschillende jaren, houd je altijd een paar oude takken over die dat jaar vrucht dragen.

Tip Snoei kersenbomen direct na de oogst, als ze nog volop in blad staan; dat geldt voor alle ‘steenvruchten’ (met een harde pit), dus ook voor morel, pruim, perzik en abrikoos.

Vruchtboomkwekerij G. Snel
Fruitbomen van oude rassen, half- en hoogstam, je kunt bij Vruchtboomkwekerij G. Snel altijd om advies vragen. Klik hier voor meer informatie.