Als we willen weten wat voor weer het deze week wordt, kijken we naar het weerbericht op TV of internet. Lang geleden, toen ‘het weerbericht’ nog niet bestond, voorspelden boeren het weer met behulp van dieren en planten. Hun weerprofeten waren hanen, zwaluwen, kikkers, bomen en zonnebloemen.

Door het gedrag van dieren en planten te observeren, wisten boeren het weer aardig te voorspellen. Zo konden ze rekening houden met zware regenbuien, windhozen en periodes van droogte. Uit wetenschappelijk onderzoek bleek later dat de boeren het opvallend vaak bij het rechte eind hadden. Dat voorspellingen soms niet uitkwamen is helemaal niet vreemd. Onze weermannen met hun moderne technieken hebben het ook wel eens mis.

Vogels komen en gaan
Onze voorouders vertrouwden volledig op dieren en planten. Een andere keuze hadden ze ook niet. Vooral vogels hielpen bij het voorspellen van het weer. Als de wilde eenden wegtrokken, wist men dat de winter naderde. Zodra rond maart de koekoek gehoord werd, wist men dat de ergste kou voorbij was.

Goede of slechte oogst
Als de bovenkant van een naaldboom er donker glanzend uitzag, wist men dat de kans op regen groot was. Die donkere glans werd veroorzaakt door de hogere luchtvochtigheid. Ook als bepaalde bloemen zich sloten, wist men dat het weer ging veranderen. Voor de boeren waren de signalen van de natuur van groot belang. Een goede interpretatie van die signalen betekende het verschil tussen een goede of een slechte oogst.

Meer over hoe dieren en planten het weer voorspellen lees je in LandIdee juni-juli 2012.