Geen enkel kruid is zo gemakkelijk zelf te kweken als tuinkers. Daarom is het ook zo leuk om dat met kinderen te doen. Zo leren ze hoe uit een piepklein zaadje een eetbaar plantje groeit. Tuinkers groeit uitstekend op de vensterbank, heeft weinig verzorging nodig en kan snel worden geoogst.

Tuinkers kweken in een bakje

Om tuinkers te kweken heb je niet per se een bloempot nodig, op een bord of in een bakje gaat ook. Leg daar twee lagen keukenpapier of wattenschijfjes op. Voeg vervolgens zoveel lauwwarm water toe tot alles goed vochtig, maar niet drijfnat is. Zet het bord op de vensterbank.

Goed water geven

Verdeel de zaadjes gelijkmatig over de natte ondergrond en besproei ze met de plantensproeier. Doe dat niet van te dichtbij om te voorkomen dat de zaadjes wegspoelen. Zorg ervoor dat de zaadjes zeker de eerste dagen niet uitdrogen. Geef ze bij voorkeur twee keer per dag water met de plantensproeier.

Oogsten

Al na een dag of twee beginnen de zaadjes te kiemen. Na ongeveer zeven tot tien dagen kunnen ze worden geoogst. Knip daarvoor gewoon de bovenste 2 tot 3 cm met een schaar af.

En verder

Tuinkers kan ook in de moestuin worden gekweekt. Dit is voornamelijk erg handig als je niet heel veel ruimte in je tuintje ter beschikking hebt.

Tuinkers heeft een heerlijke smaak, die een tikje scherp is. Dit komt door de zogeheten mosterdolieglycosiden. Een ingewikkelde naam voor de stoffen die ook in onder meer kool, mosterd en radijs zorgen voor de licht bittere, scherpe smaak. Hierdoor is tuinkers niet alleen geschikt om te gebruiken als bijvoorbeeld garnering, maar ook vooral om lekkere gerechten mee te maken. Denk eens aan een salade of soep.